De voor- en nadelen van BMI

Wat wil je lezen?

18 januari 2018
Anderzorg

De BMI is de meest gebruikte maat om overgewicht mee vast te stellen. Op basis daarvan weten we dat ongeveer helft van de volwassen Nederlanders te zwaar is. Maar er is ook kritiek op de BMI. Wat zijn nu de voor- en nadelen van de BMI en hoe moet je daarmee omgaan?

De BMI
Overgewicht en met name obesitas wordt gedefinieerd als een dermate stapeling van vet in het lichaam waardoor gezondheidsproblemen kunnen ontstaan. Denk hierbij aan hart- en vaatziekten, diabetes mellitus type II en bepaalde vormen van kanker. Het nauwkeurig meten van het vetpercentage is echter lastig. Het vraagt tijd en dure apparatuur (DEXA, MRI) waardoor het ongeschikt is voor gebruik op grote schaal. Een alternatieve maat om overgewicht mee vast te stellen kwam van de Belgische statisticus en sterrenkundige Adolphe Quetelet (1796-1874) met de ‘Body Mass Index’ (BMI), ook wel Quetelet-index genoemd. Interessant is dat Quetelet helemaal niet geïnteresseerd was is overgewicht. Hij was op zoek naar de ‘gemiddelde mens’. Pas in 1972 werd aangetoond dat zijn index ook bruikbaar is om overgewicht mee vast te stellen [1]. De BMI bereken je door je gewicht (in kg) te delen door je lichaamslengte (in meters) in het kwadraat. Wanneer je dus 80 kg weegt bij een lengte van 1,70 meter, dan heb je een BMI van 80/(1,70x1,70) = 27,7 kg/m2. Volgens de BMI-indeling heb je dan overgewicht:

  • <18= Ondergewicht
  • 18-25 = Gezond gewicht
  • 25-30 = Overgewicht
  • >30 = Obesitas

Voordelen van de BMI op groepsniveau
Een groot voordeel van de BMI is dat die snel, eenvoudig, goedkoop en niet belastend is. Op internet zijn verschillende tools te vinden waarmee je binnen 10 seconden je BMI kunt uitrekenen [2]. Je hoeft alleen maar je geslacht, leeftijd, lengte en gewicht in te voeren. Zegt de BMI ook iets over het vetpercentage en het gezondheidsrisico dat iemand loopt? Op groepsniveau wel. Een hogere BMI hangt samen met een hoger vetpercentage [3] en vanaf een BMI van ongeveer 25 kg/m2 neemt het risico op gezondheidsproblemen en vroegtijdige sterfte toe [4, 5]. Deze voordelen bij elkaar hebben ervoor gezorgd dat de BMI veruit de meest gebruikte maat is om overgewicht mee vast te stellen.

Nadelen van de BMI op individueel niveau
Op groepsniveau mag de BMI dan geschikt zijn om het vetpercentage en de gezondheidsrisico’s redelijk te voorspellen, op individueel niveau is de BMI daar minder geschikt voor. Het vetpercentage kan bij eenzelfde BMI namelijk sterk variëren. Dat komt omdat de BMI geen onderscheid maakt tussen de vetmassa en de vetvrije massa. Iemand met een grote spiermassa kan zo ‘overgewicht’ hebben, terwijl die een gezond vetpercentage heeft. Een studie onder West-Europese mannen (35-54 jaar) laat zien dat bij een BMI van 23-25 kg/m2 het vetpercentage kan variëren van 11% tot en met 35%, met een gemiddelde van 22% [6]. Een vetpercentage van 22% als groepsgemiddelde kan aardig kloppen, maar op individueel niveau kun jij die persoon zijn met een vetpercentage van 35%. Verder speelt de etniciteit een belangrijke rol. Aziaten hebben bij eenzelfde BMI een hoger vetpercentage dan Europeanen [7]. Er is dan ook discussie om voor die groep aparte afkapwaarden te hanteren.
Tot slot is een ander belangrijk nadeel van de BMI is dat er geen rekening wordt gehouden met de vetverdeling. We weten dat met name het vet in de buik (visceraal vet) voor gezondheidsproblemen zorgt en niet zozeer het vet op de benen en heupen. Daardoor kunnen zelfs mensen met een ‘gezonde’ BMI een verhoogd gezondheidsrisico lopen. Op individueel niveau schiet de BMI dus tekort om het vetpercentage en de gezondheidsrisico’s mee in te schatten.

Voor ondergewicht is de BMI bruikbaar
Ondergewicht (BMI <18) komt in Nederland veel minder vaak voor dan overgewicht. In 2016 had 2,4% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder een te laag gewicht [8], wat gepaard gaat met gezondheidsrisico’s [4]. De BMI kan zowel op groeps- als individueel niveau gebruikt worden om ondergewicht mee vast te stellen. De hoeveelheid vet en waar het vet zich bevindt is dan namelijk niet het gezondheidsprobleem. Het gezondheidsprobleem is een (te) lage inname van energie en voedingsstoffen (eiwit, vitamines en mineralen) waardoor de spiermassa, conditie en afweer afnemen. Oorzaken kunnen divers zijn waaronder ziekte, eenzaamheid, dementie en kauw- en slikproblemen. Het advies is dan vaak om aan te komen.

Wat nu?
Om ondergewicht vast te stellen is de BMI dus wel bruikbaar. Maar is de BMI niet bruikbaar om overgewicht op individueel niveau mee vast te stellen? Dat ook weer niet. Het kan gebruikt worden als een screeningstool in combinatie met andere risicofactoren zoals je middelomtrek. Je middelomtrek zegt namelijk iets over de hoeveelheid vet in je buikholte wat meer over je gezondheidsrisico zegt dan je BMI. De volgende afkapwaarden kun je dan hanteren:
Vrouwen

  • >68 cm= Ondergewicht
  • 68-80 = Gezonde middelomtrek
  • 80-88 = Overgewicht
  • >88 cm = Obesitas

Mannen

  • < 79 cm= Ondergewicht
  • 79-94 cm = Gezonde middelomtrek
  • 94-102 = Overgewicht
  • >102 cm = Obesitas

Meestal zullen de waarden van de BMI en de middelomtrek met elkaar overeenkomen, maar het kan soms zinvol zijn om af te vallen of je leefstijl aan te passen terwijl je een gezonde BMI hebt. Daarnaast kun je bij je huisarts terecht om ook andere risicofactoren mee te laten nemen zoals cholesterolwaarden, bloedsuikerspiegel en medicijngebruik. De BMI speelt dus maar een bescheiden rol als maat om overgewicht mee vast te stellen.

Bronnen:

  1. Keys A, Fidanza F, Karvonen MJ, Kimura N, Taylor HL. Indices of relative weight and adiposity. J Chronic Dis 1972; 25:329–343.
  2. http://www.voedingscentrum.nl/nl/mijn-gewicht/heb-ik-een-gezond-gewicht/bmi-meter.aspx Geraadpleegd: 14 december 2017
  3. Flegal KM, Shepherd JA, Looker AC, et al. Comparisons of percentage body fat, body mass index, waist circumference, and waist-stature ratio in adults. Am J Clin Nutr. 2009 Feb;89(2):500-8.
  4. Aune D, Sen A, Prasad M, et al. BMI and all cause mortality: systematic review and non-linear dose-response meta-analysis of 230 cohort studies with 3.74 million deaths among 30.3 million participants. BMJ. 2016 May 4;353:i2156.
  5. Kivimäki M, Kuosma E, Ferrie JE, et al. Overweight, obesity, and risk of cardiometabolic multimorbidity: pooled analysis of individual-level data for 120 813 adults from 16 cohort studies from the USA and Europe. Lancet Public Health. 2017 May 19;2(6):e277-e285.
  6. Bray GA, Bouchard C, James WPT. Handbook of obesity. New York: Marcel Dekker; 1998; p. 159.
  7. Low S, Chin MC, Ma S, Heng D, Deurenberg-Yap M. Rationale for redefining obesity in Asians. Ann Acad Med Singapore. 2009 Jan;38(1):66-9.
  8. http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=81565NED Geraadpleegd: 14 december 2017
  9. Global BMI Mortality Collaboration, Di Angelantonio E, et al. Body-mass index and all-cause mortality: individual-participant-data meta-analysis of 239 prospective studies in four continents. Lancet. 2016 Aug 20;388(10046):776-86.

I'm a Foodie

Onze 20 diëtisten en voedingswetenschappers bloggen over gezonde voeding. Onafhankelijke kennis door echte professionals uit het vak. Kijk; da's duidelijk!
I am a Foodie
ir. Marijke Berkenpas  Diëtist, voedingswetenschapper  - Founder I'm a Foodie

Op de website van Anderzorg worden cookies gebruikt. Dit doen we om het gebruik van de website te vergemakkelijken en om onze website te verbeteren op basis van analyses. We gebruiken ook cookies om je relevante persoonsgerichte inhoud te kunnen laten zien en voor social media toepassingen. Ga je akkoord? Dan geef je Anderzorg toestemming voor het plaatsen van alle soorten cookies. Je kan desgewenst je voorkeur aanpassen via de link "instellingen". Meer informatie vind je in onze cookiepolicy.